Onderdeel van:

Rijnstad
Roermondsplein 20
Postbus 222
6800 AE Arnhem
Tel: 026-3127700
www.rijnstad.nl
 

Mop van de maand

'Wat krijg je als je lord omdraait?'
'Drol.' 
'Wat krijg je als je drol omdraait?'
'Lord.'
'Mis, vieze handen!' 
 

Meer kinderclub?

Wat vind jij van de vernieuwde website?
Saai
Leuk
Geweldig
Niet bijzonder

Kinderclubs tune

Get Adobe Flash player  

Beste stagiaires
Hieronder lees je de belangrijkste informatie over je stage in Presikhaaf. Lees het goed door. Veel plezier op je stage.

Tentamens
Tijdens tentamenweken moet er wel stage worden gelopen. In overleg met de stagebegeleid(st)er kan hier wel rekening mee worden gehouden.

Informatie over de instelling
Wanneer er vanuit de opleiding verslaglegging gedaan moet worden over de instelling, de wijk of de doelgroepen, dan moet dit verslag eerst gelezen en goedgekeurd worden door de stagebegeleid(st)er, voordat het verslag naar de opleiding gaat. Dit, om verkeerde informatieverstrekking of misverstanden rondom privacy te voorkomen.
De goedkeuring van een verslag wordt bevestigd door een handtekening van de stagebegeleid(st)er.

Ziekmelding
Wanneer je door ziekte verhinderd bent om op je stage te verschijnen, dan ben je verplicht dit op de eerste dag van afwezigheid ’s morgens voor 9.00 uur te melden aan je stagebegeleid(st)er. Is deze (nog) niet aanwezig geef het dan door aan een collega.Ook wanneer je in de loop van de dag ziek wordt, geef dit dan door aan je stageplek. Op die manier kan er direct gezocht worden naar mogelijke vervanging of andere oplossingen.
Iedereen is zo nu en dan wel eens ziek of kan door bepaalde omstandigheden niet aan het werk. Dit is absoluut niet erg.
Maar komt het te vaak voor en mis je teveel uren, dan zul je deze uren in moeten halen. Uiteraard gaat ook dit in overleg met je stagebegeleid(st)er.

Begeleiding
Het aantal begeleidingsuren zal aangepast worden aan het aantal stage-uren van de stagiair(e).

Beoordeling
Stagiaires die beoordeeld moeten worden middels beoordelingsformulieren moeten deze formulieren minstens 2 weken voor de inleverdatum aan de stagebegeleid(st)er overhandigen. Zo heeft de stagebegeleid(st)er voldoende tijd om een juiste beoordeling te geven.

Uitvoering
Met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van de activiteiten gelden er verschillende regels. Zie bijlagen.

Privacy
Alle informatie die je binnen je stage te horen krijgt over de instelling, de wijk en voornamelijk de doelgroepen, zijn vertrouwelijk. Dit betekent dat die informatie binnen de muren van de instelling blijft en dus niet aan derden doorgespeeld mag worden.Het maken van foto’s en ander beeldmateriaal moet in overleg met je stagebegeleid(st)er. Ook dit weer in verband met de wet op de privacy.

Vergoedingen
Reiskostenvergoeding:Geen, eventuele uitzonderingen.
Schadevergoeding:Kleding is in principe eigen risico, zie punt 10.
Schade aan geleende materialen kan eventueel vergoed worden.

Kleding
Trek makkelijke kleding en schoenen aan als je naar je stage gaat. Werken met kinderen betekent veel bewegen, snel kunnen handelen, bezig zijn met verschillende (handenarbeid)materialen, enz. Denk bijvoorbeeld aan; sport- en spelactiviteiten, buiten spelen, bosspelen, (lange) speurtochten, knutselen, verven, boetseren, enz. Kortom, de doelgroep en de activiteiten vragen om comfortabele kleding en schoenen, die wel tegen een stootje kunnen. Tijdens grote activiteiten en buitenactiviteiten moet je onze herkenbare bedrijfskleding aan.

Opbergen van kostbare spullen
Waardevolle spullen moet je op een veilige plek opbergen. In het wijkcentrum kan dit in de kluisjes.

Telefoongebruik
Telefoon wijkcentrum:Moet je voor je stage of voor school gebruik maken van de telefoon, dan kan dat. Moet je even snel naar huis bellen, dan kan dat ook nog wel. Maar het is niet de bedoeling dat er ellenlange privé-gesprekken worden gehouden, op kosten van het wijkcentrum.

Mobiel
Op het moment dat je stage-uren ingaan, moet je mobiele telefoon uit. Je bent in principe op je ‘werk’ en dan hoef je geen privé-gesprekken te voeren. Hebben mensen je heel dringend nodig, dan kunnen ze je ook op het wijkcentrum bereiken.
Bovendien geldt deze regel ook voor onze kinderen. Op deze manier blijft het een duidelijke regel voor iedereen.

Internet gebruik
Het is in het wijjkcentrum niet toegestaan zonder toestemming gebruik te maken van de computerruimte. Dit om te voorkomen dat er alleen maar wordt gechat en gemailt. Computergebruik is alleen mogelijk voor je stageverslag en werkstukken en voor werkzaamheden m.b.t je werkzaamheden. Dit moet je eerst aan je stagebegeleider vragen

Foto’s
Foto’s die tijdens de stage gemaakt worden kunnen gebruikt worden voor de website en andere publiciteitsmiddelen van de buurthuizen. Alle rechten komen toe aan het wijkcentrum. Na afloop van de stage worden alle foto’s weer verwijdert.

Stage lopen in het kinderwerk.
Stagelopen is meer dan eens per week een activiteiten draaien met kinderen. Je moet deze activiteit ook voorbereiden, je moet samenwerken met de rest van de leiding en voor een goed verloop van het geheel zijn voor- en nabesprekingen noodzakelijk.Verder is je stage een leerproces. Dit houdt in dat je niet meteen alles perfect hoeft te doen. Je krijgt de ruimte om van je fouten te leren. De voorbesprekingen zijn grotendeels organisatorisch, in de nabespreking wordt bekeken hoe het is gegaan. Wat ging goed, wat ging minder en wat kun je hiervan leren.Stagelopen is niet het uitvoeren van opdrachten. Stagelopen houdt in dat je binnen een gegeven stramien op den duur zelf initiatieven gaat nemen. Dit houdt in dat je iedere week bedenkt wat je de volgende week gaat doen en die activiteit de volgende keer dan ook voorbereid hebt. Uiteraard word je niet meteen in het diepe gegooid. De voor- en nabesprekingen zijn er om te overleggen en dingen te vragen.

Ik wil je nadrukkelijk vragen de namen van de kinderen te leren. In het begin is dit misschien lastig, maar blijf kinderen naar hun naam vragen net zolang tot je ze kent. Dit is van belang om verschillende redenen. Ten eerste wordt iedereen liever met zijn of haar naam aangesproken. Ten tweede is de sfeer veel beter als je de namen kent, het is minder anoniem. Ten derde maak je veel meer indruk als je iemand ergens op aan moet spreken en je roept hem of haar bij de naam. Voor de herkenbaarheid van nieuwe stagiaires moet je een aantal keren bedrijfskleding aantrekken.
Voor de kinderen gelden een aantal regels. Ze lijken erg voor de hand te liggen. Je zult echter merken dat je kinderen toch nog regelmatig op de regels zult moeten wijzen.

De regels zijn:
Respect voor de leiding en andere kinderen tonen.
Meedoen met de activiteit, in ieder geval tijdens de activiteit geen storend gedrag vertonen
Niet vechten / slaan / schoppen / spugen.
Niet schelden.
Niet slopen.
Alle kinderen helpen mee met opruimen. Rommel in de afvalbak, vegen, materialen bij elkaar leggen.
Verder is het belangrijk dat je plezier hebt en houdt in het stagelopen. Het zal niet altijd even makkelijk zijn, maar samen met je medestagiaires en vrijwilligers maak je er wat van.

Orde houden.
Van te voren moeten de regels van de activiteit duidelijk zijn, voor zowel de kinderen als de leiding.
Tijdens de voorbespreking moet een goede taakverdeling worden gemaakt tussen de leiding.
Als de kinderen binnenkomen, observeer dan hun stemming. Na verloop van tijd kun je al als iemand binnenkomt inschatten hoe groot de kans is dat deze persoon later op de middag vervelend wordt. Tekenen kunnen uiteraard zijn; erg druk, agressief, maar juist als kinderen zich vervelen is de kans groot dat er een uitbarsting komt.
Iedere keer als een kind een regel overtreedt, moet je dit zeggen tegen het kind. Duidelijk aangeven wat er aan de hand is, welke regel er is overtreden, dat dit dus niet mag en wat het gevolg is als het blijft gebeuren.
Het is ABSULUUT niet toegestaan kinderen tegen kinderen te schreeuwen  en ze aan te raken om corrigerend op te treden.
Geef altijd eerst een waarschuwing, geef dat ook door aan je collega’s.
Je stuurt niemand uit de club. Dreig er ook niet te snel mee, want waar je mee dreigt, moet je waar maken. Allen de beroepskracht stuurt iemand nar huis.
Het is afhankelijk van het gedrag hoeveel waarschuwingen iemand krijgt. Meestal twee waarschuwingen en bij de derde is het mis. Bepaald gedrag is echter zo ontoelaatbaar dat je meteen actie moet ondernemen.
Wat kun je doen om een goede sfeer te behouden en te voorkomen dat je de hele middag ‘ politieagentje ’ moet spelen;
Probeer het gedrag van het kind te veranderen door de situatie te veranderen, in te spelen op wat er gebeurt en onverwachts uit de hoek te komen.
Probeer je altijd in te leven in de leef- en belevingswereld van de kinderen. Ga echter niet ‘meedoen’. Dat komt over als ‘nep’, kinderen prikken daar meteen doorheen.
Veel observeren, kijk wie naar wie toe trekt, wie door wie wordt gepest, enz. probeer voor jezelf de verbanden in kaart te brengen.
Let altijd goed op de sfeer. Door te proberen van elk kind het ‘humeur’ in te schatten, kun je inzicht krijgen op de oorzaak van een bepaalde sfeer en daar mee werken.
Probeer te achterhalen wat kinderen leuk vinden. Wat is ‘in’, wat is populair op dat moment.
Probeer je losjes te bewegen in de groep. Wees wel duidelijk aanwezig en laat merken dat je alles hoort en ziet. Gek doen en grappen maken met de kinderen mag en is zelfs heel goed en leuk, maar jij bent en blijft de leiding. Laat dit ook duidelijk merken naar de kinderen toe.
Wacht niet tot zij naar jou toe komen, maar neem ook zelf initiatief om met ze te spelen en te praten. Als je een kind aan moet spreken op bepaald (storend) gedrag, hou dan de volgende punten in gedachten:
Loop niet door de ruimte te schreeuwen, ga naar het kind toe en spreek hem/ haar aan.
Neem een vervelend kind apart, zeker als het in een groep staat. Ga niet in discussie, zeg wat je van het gedrag vindt en wat er moet gebeuren.
Zorg dat je als leiding één lijn trekt. Val elkaar nooit af in het bijzijn van de kinderen. Je kunt het later in de nabespreking uitpraten.
Wees duidelijk en concreet.
Zeg duidelijk wat je niet goed vindt en vertel dat hij/ zij daarmee op moet houden.
Zorg dat een kind je aankijkt, laat het kind ook herhalen wat je hebt afgesproken.
Probeer te voorkomen dat je echt kwaad wordt, dan hebben ze je natuurlijk precies waar ze je willen hebben. Tel maar tot tien of zo en bewaar je frustratie of kwaadheid tot de nabespreking.
Tot slot, probeer zoveel mogelijk de humor van bepaalde situaties in te zien. Laat je niet op stang jagen en krop vooral niks op. Nabesprekingen zijn er om te praten over de activiteit en om je hart te luchten. Bovendien kun je natuurlijk altijd bij je stagebegeleidster terecht en misschien ook wel bij je collega’s.

Afspraken Woensdagmiddaginstuif.
Om de woensdagmiddaginstuiven zo goed mogelijk te laten verlopen en om te weten wat er van je als vrijwilliger/ stagiaire wordt verwacht, een aantal afspraken die gelden voor deze activiteit.

Voor alle medewerkers /medewerksters begint de woensdagmiddag om 11.30 uur en eindigt om 16.30 uur.
Tussen 11.30 uur en 12.00 uur is de voorbespreking van de verschillende activiteiten. (wat, wie, waar)
Eén keer in de maand ( op de laatste woensdag van de maand ) maken we met z’n allen het maandprogramma. Het werkt prettig als je daar van te voren over hebt nagedacht.
Tijdens de activiteit (van 13.30 uur tot 15.30 uur) krijgt iedere begeleider een groep kinderen toegewezen, waar hij /zij verantwoordelijk voor is. Je werkt in koppels, dus je staat met z’n tweeën op een groep.
Tijdens de voor- en nabespreking en tijdens de uitvoering van de activiteit mag er niet gerookt worden. Ervoor en erna mag er buiten wel gerookt worden.
Om 15.30 uur wordt er gezamenlijk opgeruimd.
Dit betekent:Materialen opbergen in het materialenhok.
De ruimte vegen (eventueel dweilen).
Tafels en stoelen schoon achterlaten.
Knutselvoorbeelden in de knutsel map
Na het opruimen gaan we gezamenlijk nabesprekingen.
Bij elke nabespreking komen de volgende punten aan bod;
hoe verliep de activiteit?
wat ging er goed, wat ging er minder goed?
problemen waar je tegenaan liep?
voorbereiding volgende activiteit.
eventueel een nieuwe planning maken.
eventueel bijzondere- en/of vakantieactiviteiten bespreken.